Zoeken
Overzicht
Print linkerkant
Print rechterkant
Print beide zijden
Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Als een PIJL uit een boog: Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Als een PIJL uit een boog: Lector Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid Lectorale rede in verkorte vorm uitgesproken op 14 mei 2025. Inge Bastiaanssen Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Als een PIJL uit een boog: 4 Leuk dat je interesse hebt in het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandlandschap (PIJL) van Avans Hogeschool! In dit online boekje neem ik je mee in richting van ons lectoraat. Ik zeg met nadruk ‘ons lectoraat’ omdat de koers van PIJL tot stand is gekomen in samenwerking met werkveld- en onderzoekspartners, (docent)onderzoekers van de kenniskring, directie en lectoren van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid van Avans. Dat is de basis van deze lectorale rede. Daarbij bouwen we voort op de opbrengsten van het lectoraat Jeugd, Gezin en Samenleving (JGS) van Christa Nieuwboer en collega’s (2018-2023). Waarom is dit lectoraat nuttig? Er is immers al veel bekend over wat werkt bij vragen, risico’s en problemen bij opvoeden en opgroeien. Toch wordt deze kennis nog beperkt toegepast in het jeugdlandschap. En daar wil PIJL verandering in brengen. Wij richten ons op complexe vraagstukken in het jeugdlandschap in praktijk en beleid. We geven onze activiteiten richting door het inzetten van participatieve onderzoeksmethoden waarbij onze speciale aandacht uitgaat naar het samenwerken met diverse kinderen, jongeren, ouders en professionals. Daarbij benutten we nieuwe mogelijkheden zoals technologische en sociale innovaties. Wat beogen wij met ons lectoraat? We willen dat preventie, steun en hulp resultaten oplevert voor kinderen, jongeren en ouders. En we willen dat onze huidige en toekomstige professionals in praktijk en beleid zich hierbij voldoende toegerust voelen. Een breed landschap, complexe vraagstukken en ambitieuze doelen. Daar zijn wij ons van bewust. Wij hebben ervaren dat wanneer wij participatief, inclusief en innovatief naar een vraagstuk kijken, we het een stap verder kunnen brengen. Wees welkom bij ons lectoraat om te sparren over vraagstukken in het jeugdlandschap. Veel leesplezier! Inge Bastiaanssen Voorwoord 5 Voorwoord 1. PIJL:Samen doeltreffend innoveren 8 Opbouw rede 8 2. Het jeugdlandschap 10 3. Kennisoverwatwerktinhetjeugdlandschap 12 In 20 jaar is veel kennis ontwikkeld 12 Kennis blijft onderbenut: inzetten op de toepassing van wat werkt 13 4. Richtwijzers lectoraat PIJL 14 4.1.Participatievemethoden 15 Niet meer om kinderen, jongeren, ouders en professionals heen gaan 15 Participatief werken als methode en als vraagstuk 16 Een voorbeeld van een participatief onderzoeksproject 18 4.2.Diversejeugdigenengezinnen 19 Niet alleen participatiever, ook inclusiever 19 Waardering van participatief en inclusief onderzoek 20 Een voorbeeld van een participatief en inclusief onderzoeksproject 22 4.3.Waardevolleinnovatie 24 Wat is waardevolle innovatie? 24 Vernieuwende mogelijkheden voor preventie, steun en hulp 25 Obstakels voor duurzame ontwikkeling en benutting 26 Innovaties roepen ook nieuwe kennisvragen op 27 Waardevol innoveren betekent ook inzetten op duurzaamheid 27 Voorbeelden van participatieve, inclusieve en innovatieve activiteiten 28 Inhoud Verbinding onderwijs en onderzoek 30 Kortom 31 Dankwoord 32 Team 34 Bronnenlijst 50 Lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap is onderdeel van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid van Avans Hogeschool. Het Centre of Expertise doet in co-creatie met partners in gezondheid, zorg en welzijn onderzoek waarin het perspectief van verschillende soorten mensen, verschillende soorten onderzoek en de leefwereld aan bod komt. Colofon © 2025 Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid van Avans Hogeschool Alle informatie uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden. Graag de bron vermelden. Auteur: Inge Bastiaanssen Redactie: Lisa Vermeer Vormgeving: De Bondt Grafimedia Communicatie Hoofdstuk 1 Het lectoraat heeft de prachtige titel: Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Toen ik deze titel voor de eerste keer onder ogen kreeg was ik direct nieuwsgierig: “wat zouden ze bij Avans hier nu mee bedoelen??” Ik heb ook even moeten oefenen om het woord participatief uit te spreken zonder te stotteren. Afgekort is Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap PIJL. En beeldtaal spreekt mij aan. Dus heb ik de titel vanwege de krachtige afkorting omarmd. Met deze rede wil ik u allemaal graag uitnodigen: volg het lectoraat PIJL in de richting naar samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap. Opbouw rede Deze rede start met een toelichting op waar ons onderzoek zich afspeelt, namelijk in het jeugdlandschap. Een landschap wat ik heb leren kennen toen ik in het begin van mijn loopbaan als jeugdprofessional in de jeugdzorg werkte en later in mijn onderzoek naar de effectiviteit van preventie, steun en hulp in dat jeugdlandschap. Vervolgens bespreek ik de huidige staat van onze kennis over wat werkt bij preventie, steun en hulp bij opvoeden en opgroeien. Kennis die ik heb opgedaan tijdens mijn werk bij het Nederlands Jeugdinstituut. Alles wat ik in mijn loopbaan samen met kinderen, jongeren, ouders, jeugdprofessionals en collega’s heb mogen leren en ervaren, heb ik kunnen benutten voor de opbouw van dit lectoraatsprogramma. Ik zal nader ingaan op de drie richtingwijzers van ons onderzoeksprogramma. PIJL: Samen doeltreffend innoveren 8 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Wij geven PIJL richting met: 1. Participatieve methoden 2. Diverse jeugdigen en gezinnen 3. Waardevolle innovatie Kennisvraagstukken in het jeugdlandschap onderzoeken wij met participatieve onderzoeksmethoden waarbij onze speciale aandacht uitgaat naar het samenwerken met diverse kinderen, jongeren, ouders en professionals om tot waardevolle innovatie te komen. Voordat ik deze richtingwijzers toelicht en het doel wat wij met het lectoraat hopen te bereiken, ga ik in deze rede eerst in op het jeugdlandschap en de huidige stand van de kennis over wat werkt bij vragen en problemen rondom opvoeden en opgroeien. 9 Hoofdstuk 1. PIJL: Samen doeltreffend innoveren Hoofdstuk 2 Het vertrekpunt van het lectoraat zijn de leefwerelden waarin kinderen en jongeren opgroeien: gezin/familie, school, buurt, vrijetijdsbesteding en de onlinewereld. Dit noemen we het jeugdlandschap. In het jeugdlandschap vinden diverse activiteiten plaats bij vragen, risico’s of problemen rondom opvoeden en opgroeien. Je kunt deze activiteiten RUWWEG indelen in drie categorieën, namelijk: preventie , steun en hulp . • Preventieve activiteiten zijn gericht op het voorkomen van risico’s of problemen voor alle kinderen, jongeren en ouders (universele preventie), groepen met een verhoogd risico (selectieve preventie) en individuen met een verhoogd risico (geïndiceerde preventie). Een voorbeeld van universele preventie is het werk van de GGD op scholen waarbij jeugdverpleegkundigen met behulp van de GIZ-methode leerlingen in het voortgezet onderwijs niet alleen naar hun fysiek welbevinden vragen maar ook naar hen mentaal welbevinden en hoe het thuis gaat. Een voorbeeld van selectieve preventie is de inzet van de brugfunctionaris op scholen waar sprake is van onderwijsachterstanden en armoede. De brugfunctionaris legt verbinding tussen het gezin thuis en het kind op school, signaleert, biedt steun aan kind en gezin en leidt desgewenst toe naar specifieke (financiële) steun of hulp. Geïndiceerde preventie is een interventie gericht op een specifiek kind of gezin, bijvoorbeeld een programma waarbij ouders met opvoedvragen leren over positief opvoeden. • Steun bij vragen, risico’s of problemen kan informeel of formeel van aard zijn. Een voorbeeld van informele steun is een buur die op de kinderen past. Een voorbeeld van formele steun kan een onderwijsassistent zijn die huiswerkbegeleiding geeft. • Bij ernstige problemen is passende jeugdhulp nodig. Passende jeugdhulp is zo licht en gewoon mogelijk, maar ook direct intensief waar nodig (De Lange & Verheijden, 2016). Professionals beslissen samen met jongeren en ouders over de best passende hulp. Een voorbeeld van passende hulp is intensieve ambulante gezinsbehandeling bij dreigende uithuisplaatsing van kinderen. Het jeugdlandschap Het jeugdlandschap 10 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap In het jeugdlandschap zetten diverse informele steunfiguren en formele professionals zich in zodat kinderen kansrijk kunnen opgroeien: van de sociale basis tot aan specialistische behandeling (Kraak & Stals, 2022). Daarmee sluit PIJL aan bij kennisvraagstukken over kinderen, jongeren, ouders en professionals van veel organisaties: basisonderwijs, voortgezet onderwijs, praktisch en theoretisch vervolgonderwijs, jeugdgezondheidszorg, jongerenwerk, sociale wijkteams en specialistische jeugdhulp. Specialistische jeugdhulp omvat organisaties voor kinderen, jongeren en ouders met een (licht) verstandelijke beperking, organisaties voor Jeugd en Opvoedhulp en Jeugd-GGZ. Ik realiseer mij dat het jeugdlandschap een breed landschap is, en dat maakt het misschien moeilijk om de activiteiten van ons lectoraat goed te kunnen richten. Feit is dat voor de complexe vraagstukken die spelen in het jeugdlandschap, organisaties en professionals uit verschillende uithoeken van het jeugdlandschap nodig zijn om tot waardevolle innovatie te kunnen komen. Als lectoraat jeugd kunnen wij hierdoor flexibel inspringen op de vraagstukken die spelen bij onze werkveldpartners uit praktijk en beleid in Noord-Brabant en daarbuiten. 11 Hoofdstuk 2. Het jeugdlandschap Hoofdstuk 3 In 20 jaar is veel kennis ontwikkeld Wat is de staat van de kennis over wat werkt in het landschap van preventie, steun en hulp voor jeugd? Bij ZonMw werd het eerste subsidieprogramma voor het jeugdlandschap gelanceerd in 2005. Voor die tijd was er wel aandacht voor fysieke gezondheid van kinderen en jongeren binnen ZonMw-programma’s maar kwam de aandacht voor problemen bij opvoeden en opgroeien slechts fragmentarisch aan bod (Ten Haaft, 2012). Pas vanaf 2005 is onderzoek naar jeugd programmatisch vormgegeven en kon kennisontwikkeling meer gericht op het jeugdlandschap plaatsvinden. Dat betekent dat het jeugdlandschap een jong kennisgebied is (ZonMw, 2015). Maar in de afgelopen 20 jaar is in een rap tempo veel kennis ontwikkeld en bijeengebracht. Dit heb ik in 2019 samen met collega’s van het Nederlands Jeugdinstituut in kaart gebracht voor de hervormingsagenda jeugdzorg. We inventariseerden de beschikbare kennis die ontwikkeld is en in hoeverre die kennis wordt toegepast in de praktijk (Bastiaanssen et al., 2019; VWS, 2023). Dit deden we voor 23 problemen bij opvoeden en opgroeien (bijvoorbeeld angst, stemmingsproblemen, gedragsproblemen en complexe scheiding) en 15 vormen van jeugdhulp (bijvoorbeeld crisiszorg, pleegzorg, ambulante hulp en zorgboerderijen). Uit deze inventarisatie bleek dat er meer dan 75 richtlijnen, meer dan 200 interventies en meer dan 100 kennisdossiers bij diverse kennisinstituten beschikbaar zijn. Maar uit wetenschappelijk onderzoek en expertraadpleging bleek dat deze kennis beperkt wordt toegepast. Daarnaast wordt er nog heel veel uitgevoerd waarvan de werkzaamheid onbekend is. In datzelfde jaar 2019 maakten we bij het Nederlands Jeugdinstituut de inschatting dat van 90% van de activiteiten in het jeugdlandschap de werkzaamheid onbekend is (Bastiaanssen, 2019). Dat wil niet zeggen dat dit het niet werkt, maar we weten het niet. Kennis over wat werkt in het jeugdlandschap 12 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Kennis blijft onderbenut: inzetten op de toepassing van wat werkt Kortom, in de afgelopen 20 jaar is veel kennis ontwikkeld en bijeengebracht in het jeugdlandschap. Toch weten we van het merendeel van de activiteiten die plaatsvinden op het gebied van preventie, steun en hulp niet of het werkt. Ook blijkt dat de kennis die in dit jonge kennislandschap beschikbaar is, voor een groot deel onbenut blijft. Hoe komt dit? Allereerst, implementatie is een ingewikkeld proces wat beïnvloed wordt door allerlei factoren en tijd kost (Balas & Boren, 2000; Fleuren et al., 2024). Eén van die factoren heeft betrekking op de professionals en de organisaties in het jeugdlandschap die te maken hebben met financiële stress en krapte op de arbeidsmarkt met tegelijkertijd een groeiende toeloop van kinderen, jongeren en gezinnen naar preventie, steun en hulp. Dat is niet bepaald een voedingsbodem voor het ontspruiten van een lerende cultuur. En wat ook een oorzaak is van onderbenutting: kennis sluit niet altijd aan bij de complexiteit en realiteit van het jeugdlandschap. En soms gaat het zelfs goed mis en lopen kinderen en ouders schade op, ook al is dat niet de intentie (De Lange & Van der Steege, 2024). We moeten ook onderkennen: niet alles werkt bij iedereen en we bereiken ook niet alle kinderen, jongeren en gezinnen met deze kennis. Daarom wil ik in deze rede ook een pleidooi houden voor de enorme winst die nog te behalen valt. Wat als we dat wat werkt bij preventie, steun en hulp meer gaan toepassen dan nu het geval is? Dat zou de kwaliteit en effectiviteit van steun, preventie en hulp doen toenemen. Het lectoraat PIJL wil vanuit de huidige staat van kennis over wat werkt en het gegeven dat kennis aan moet sluiten bij de complexiteit en realiteit van het jeugdlandschap verder bouwen aan het doorontwikkelen en toepasbaar maken van deze kennis. Ons uiteindelijke doel is dus tweeledig: 1. We willen dat preventie, steun en hulp resultaten oplevert voor kinderen, jongeren en ouders. 2. We willen dat onze huidige en toekomstige professionals in praktijk en beleid zich hierbij voldoende toegerust voelen. Om deze doelen te bereiken hanteren we drie richtingwijzers. Aan deze richtingwijzers kan je het lectoraat PIJL herkennen. 13 Hoofdstuk 3. Kennis over wat werkt in het jeugdlandschap Hoofdstuk 4 In het jeugdlandschap spelen een aantal urgente vraagstukken. De vraag om jeugdhulp neemt toe (CBS, 2023). Tegelijkertijd is de hulp niet voor iedereen even toegankelijk (Jeugdautoriteit, 2024). Dat laatste geldt vooral voor Nederlanders met nauwelijks hulpbronnen en een gebrek aan een sociaal netwerk (Azghari et al., 2018). Ook staat vanwege bezuinigingen de kwaliteit onder druk (Doelman, 2023; Friele et al., 2018). Daarnaast bestaat er een arbeidsmarktprobleem in de sector (VWS, 2022). Kinderen, jongeren, hun ouders en professionals geven een signaal af dat ze niet gedijen (Van Yperen et al., 2023). Om die reden heeft Avans een contextanalyse en werkveldverkenning uitgevoerd waarbij verschillende veldpartners zijn geïnterviewd (Nieuwboer & Thoolen, 2023). Na analyse van de kwalitatieve data zijn drie richtingwijzers gedefinieerd voor een nieuw lectoraatsprogramma: 1. Participatieve methoden 2. Diverse jeugdigen en gezinnen 3. Waardevolle innovatie in het jeugdlandschap In dit hoofdstuk lichten we alle drie de richtingwijzers toe. Richtingwijzers lectoraat PIJL 14 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap 4.1. Participatieve methoden Participatieve methoden worden toegepast om de inclusie en betrokkenheid van belanghebbenden te bevorderen. Want de belanghebbenden hebben het beste zicht op een vraagstuk, omdat het hen betreft. Dat gaat verder dan alleen in gesprek gaan; het gaat om doorlopend en vanuit gelijkwaardigheid samenwerken rondom een vraagstuk van het jeugdlandschap. Bijvoorbeeld door middel van participatief actieonderzoek. Het doel van dit type onderzoek is samen met belanghebbenden nieuwe kennis te ontwikkelen en tegelijkertijd te implementeren en daarmee de praktijk te verbeteren (Van der Zouwen, 2022). Dit maakt participatief actieonderzoek uitermate geschikt voor de complexe vraagstukken die spelen in het jeugdlandschap. Naast participatief actieonderzoek zijn er meerdere methoden die benut kunnen worden om samen te werken met belanghebbenden en onderzoek te doen naar een vraagstuk, zoals participatief ontwerpend onderzoek (co-design, design- thinking) en actieleren (Demirçay et al., z.d.). Niet meer om kinderen, jongeren, ouders en professionals heen gaan Voor PIJL zijn kinderen, jongeren, ouders, informele steunfiguren en professionals in het jeugdlandschap de centrale belanghebbenden. In binnen- en buitenland wordt in onderzoek steeds vaker samengewerkt met belanghebbenden (Abidi et al., 2024; Nagelhout, 2024). Ook met kinderen en jongeren wordt steeds vaker samen onderzoek opgezet en uitgevoerd rondom de vraagstukken die hen aangaan. In Nederland is met behulp van subsidie van ZonMw het leernetwerk jongerenparticipatie in onderzoek opgericht. Binnen dit leernetwerk zijn richtlijnen ontwikkeld voor kinderen, jongeren en onderzoekers die echt willen samenwerken in onderzoek (School for Participation, 2023). Onderzoekers in het jeugdlandschap kunnen niet meer om kinderen, jongeren, ouders en professionals heen als het gaat om onderzoek in het jeugdlandschap (WHO Youth Council, 2024). 15 Hoofdstuk 4. Richtingwijzers lectoraat PIJL Participatief werken als methode en als vraagstuk Onderzoekers van ons lectoraat voerden een internationale literatuurverkenning uit naar de betrokkenheid van kinderen en jongeren bij onderzoek en vonden 14 systematische overzichtsstudies. In deze overzichtsstudies werden de uitkomsten van honderden participatieve studies met kinderen en jongeren naar gezondheid en welbevinden geanalyseerd (Ali et al., 2023; Anderson, 2019; Anyon et al., 2018; Bradbury-Jones et al., 2018; Branquinho et al., 2020; Fountain et al., 2021; Hakojärvi et al., 2019; Gibbs et al., 2020; Jacquez et al., 2013; King et al., 2022; Ranaas et al., 2020, Shamrova et al., 2017; Valdez et al., 2020; Wyatt et al., 2024). De overzichtsstudies concluderen positief over de haalbaarheid en meerwaarde van het samenwerken met kinderen en jongeren in onderzoek. Wel is het zo dat in veel studies kinderen en jongeren nog niet betrokken worden bij alle stadia van onderzoek. Ook is het moeilijk om participatie zo inclusief mogelijk te laten zijn. Zowel jonge kinderen als kinderen en jongeren van minderheidsgroepen ontbreken, zoals kinderen en jongeren met een migratieachtergrond. Ook is er nog weinig onderzoek gedaan naar de effectiviteit van participatief onderzoek met kinderen en jongeren: leidt dit inderdaad tot betere preventie, steun en hulp met duurzame resultaten? Verder rapporteren enkele van deze studies over de uitdagingen van participatief onderzoek met specifiek kinderen en jongeren. Met kinderen en jongeren samenwerken is een extra uitdaging omdat zij nog volop in ontwikkeling zijn. Het is belangrijk om aan te sluiten bij hun ontwikkelingsniveau en vaardigheden. Net als bij participatieve methoden bij volwassenen zijn gelijkwaardigheid en verbinding belangrijke uitgangspunten (Van der Zande et al., 2021). Dat is tussen kinderen en volwassenen extra ingewikkeld vanwege het machtsverschil dat tussen deze leeftijdsgroepen bestaat. Kenniskringleden van PIJL hebben al ervaring opgedaan met het samenwerken met jongeren. We weten hierdoor bijvoorbeeld dat jongeren graag willen meewerken aan het ontwikkelen van virtual reality (VR) toepassingen. Maar we kunnen nog beter leren hoe we dit op een goede manier uitvragen en omzetten naar concrete toepassingen. Ook zijn er verschillende methoden die we binnen het lectoraat kunnen gebruiken om kinderen en jongeren te laten participeren in onderzoek, zoals storytelling, gedichten, cartoons/strips, thematisch tekenen en foto’s maken/ photovoice (Dedding et al., 2013). Effectieve uitvoering en toepassing van participatieve methoden met kinderen en jongeren is daarom niet alleen een middel, maar ook een vraagstuk waar PIJL zich op gaat richten. Het lectoraat richt zich op burgerwetenschap. Dat noemen we bij het Centre of Expertise ook wel citizen engaged science: onderzoek mét mensen waar het onderzoek over gaat, in combinatie met 16 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap onderzoek óver mensen en hun omgeving (Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid, 2025). Dit willen wij gelijkwaardig en inclusief vormgeven tijdens alle fasen van ons onderzoek (Slager & Tavy, 2024). Wij werken altijd samen met belanghebbenden in het jeugdlandschap en onderzoeken hoe je dat op een goede manier doet. Het lectoraat PIJL geeft ons de kans om samen met belanghebbenden in het jeugdlandschap te werken aan het doorontwikkelen en toepasbaar maken van kennis over wat werkt. We werken hierbij samen met het lectoraat Betrokken Wetenschap welke ook onderdeel is van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid van Avans Hogeschool. 17 Hoofdstuk 4. Richtingwijzers lectoraat PIJL UITGELICHT Een participatief onderzoeksproject Bij PIJL werken we inmiddels anderhalf jaar aan het opbouwen van ons lectoraat. In die periode hebben we verschillende subsidies en opdrachten verworven en zijn onderzoeksprojecten gestart. Al deze projecten benutten participatieve methoden. Een voorbeeld van een dergelijk project is ‘Veranderen met ambitie: Samen lerend op weg naar betere jeugdhulp’. Met subsidie van ZonMw zijn wij een participatief actieonderzoek gestart samen met jongeren, ouders en professionals. Vier jeugdhulporganisaties onderzoeken hoe zij het leren en verbeteren in hun organisaties kunnen versterken. Een avontuur voor ons allemaal. Een uitdaging voor ons als onderzoekers van het Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdhulp Nederland (SEJN). Ooit hebben we de Lerende Databank Jeugd bedacht en daar diverse trainingen en tools voor ontwikkeld. En ondanks dat er al van meer dan 44.000 jeugdhulptrajecten data is verzameld, leidt dit nauwelijks tot leren en verbeteracties in de praktijk. Er is al veel kennis beschikbaar over wat werkt bij het ontwikkelen tot lerende organisaties, maar dit wordt nog maar mondjesmaat toegepast. Hoe komt dat? In plaats van dat wij als onderzoekers dit onderzoeken en oplossingen bedenken, trekken we gelijkwaardig op samen met jongeren, ouders en professionals als co-onderzoekers rondom dit vraagstuk. Dat is heel anders dan wat we de afgelopen 20 jaar gedaan hebben binnen SEJN. We maken het pad terwijl we eroverheen lopen. Ik ben heel benieuwd waar we uit gaan komen. 18 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap 4.2. Diverse jeugdigen en gezinnen Niet alleen participatiever, ook inclusiever De tweede richtingwijzer is diverse jeugdigen en gezinnen. Door migratie is de bevolkingssamenstelling van Nederland in de afgelopen decennia sterk veranderd. Bijna een derde van de kinderen en jongeren tussen 0 en 25 jaar heeft een migratieachtergrond (Nederlands Jeugdinstituut, 2023). Dit vraagt van beleidsmakers, praktijkprofessionals en onderzoekers in het jeugdlandschap een andere aanpak. Zo moeten zij in toenemende mate kunnen inspelen op nieuwe vraagstukken in contact met Nederlanders met andere culturele en religieuze achtergronden dan de westerse waarden en christelijke tradities (Alliantie Verandering van Binnenuit, 2024). Professionals willen graag meer diversiteitssensitief werken en aan kunnen sluiten bij andere talen, waarden en tradities zodat ze beter kunnen anticiperen op de vragen en problemen van diverse jeugdigen en gezinnen (Azghari et al., 2020). Echter, het ontbreekt hen vaak aan goede handvatten om dit te kunnen toepassen. Het gevolg hiervan is dat gezinnen met andere culturele en religieuze achtergronden significant minder gebruik maken van preventie, steun en hulp in het jeugdlandschap of vroegtijdig uitvallen (Pels et al., 2009). Het participatieve en toegepaste karakter van het lectoraat kan een belangrijke bijdrage leveren aan kennisontwikkeling op dit vlak. Wanneer we participatief onderzoek doen willen we dat de kinderen, jongeren en professionals waar we mee samenwerken een afspiegeling van de samenleving zijn. Ook met deze richtingwijzer geeft het lectoraat PIJL ons de kans om samen met kinderen, jongeren, ouders en professionals in het jeugdlandschap te werken aan het doorontwikkelen en toepasbaar maken van kennis over wat werkt. En ook hier is de effectieve uitvoering en toepassing van participatieve en inclusieve methoden niet alleen een middel, maar ook een vraagstuk waar PIJL zich op gaat richten. 19 Hoofdstuk 4. Richtingwijzers lectoraat PIJL Waardering van participatief en inclusief onderzoek En daarbij moet mij nog twee dingen van het hart. Ten eerste, in mijn werk als jeugdprofessional, onderzoeker in de jeugdhulp en als adviseur bij het Nederlands Jeugdinstituut ben ik overtuigd geraakt van het belang van evidence-based werken. Met evidence-based werken benut je de beschikbare kennis over wat werkt. Die kennis komt uit drie verschillende bronnen: wetenschappelijke kennis, praktijkkennis van professionals en ervaringskennis van kinderen, jongeren en ouders (Bastiaanssen & Bramsen, 2024). Deze bronnen worden wel eens tegenover elkaar geplaatst. Ik ken collega’s uit de wetenschap die zich zorgen maken over ervaringskennis als betrouwbare kennisbron. Ik ken collega’s van onze Avans academies die wetenschappelijke kennis zien als een evidence-beest’ die stoer paradeert over de steppe van de wetenschap, maar verdwaalt in de jungle van de praktijk. Oftewel: welke kennis uit een bepaalde bron weegt zwaarder dan de kennis uit een andere kennisbron? Ik heb goed nieuws voor iedereen: kennis uit de drie bronnen spreekt elkaar zelden tegen. Ze zijn veelal aanvullend op elkaar. Wetenschappelijke kennis wordt verrijkt door praktijkkennis, omdat professionals degenen zijn die weten hoe ze de kennis toepasbaar kunnen maken. En kennis van jeugdigen en ouders is hierbij noodzakelijk om goed aan te kunnen sluiten bij wat zij nodig hebben. Ten tweede, tijdens de opbouw van dit lectoraat zijn wij de afgelopen anderhalf jaar regelmatig tegen het overheersende paradigma van het traditionele medisch-wetenschappelijk onderzoek aangelopen. De dominantie van dit paradigma is te verklaren aangezien deze discipline ons ontzettend veel kennis heeft gebracht over het bestrijden en behandelen van ziekten. Echter, bij het produceren van wetenschappelijk bewijs wordt vaak geen rekening gehouden met de complexiteit en contextafhankelijkheid van kennisvraagstukken (Schrevel, 2024). De meeste vragen en problemen rondom opvoeden en opgroeien omvatten verschillende oorzaken en gevolgen welke weer kunnen verschillen per kind, jongere of gezin (Gorissen, 2017). Met enkel traditioneel onderzoek missen we belangrijke informatie die we nodig hebben om kennis toepasbaar te maken in de praktijk. Kwalitatief onderzoek helpt ons om beter te begrijpen hoe jongeren en ouders preventie, steun of hulp ervaren (Todres et al., 2009). Participatief en inclusief onderzoek dat kwalitatief sterk wordt uitgevoerd kan hier van grote meerwaarde zijn. Helaas wordt door de focus op de traditionele manieren van onderzoek de indruk gewekt dat kwalitatieve vormen van onderzoek zoals participatief onderzoek geen goed onderzoek zouden zijn. Als reactie hierop benut ik het werk van mijn collega Gera Nagelhout en haar onderzoeksteam van het lectoraat Betrokken Wetenschap. Hun pleidooi is dat wij meer leren als we ons onderzoek vanuit betrokkenheid, 20 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap gelijkwaardigheid én in gezamenlijkheid met de mensen zelf doen. Ik citeer: “Wordt je onderzoek neutraal, objectief en van zeer hoge wetenschappelijke kwaliteit? Of wordt het betrokken, gelijkwaardig en inclusief? En wat is belangrijker?” (Nagelhout, 2024, p. 30) Ik weet dat het niet de bedoeling van Gera is en het is ook niet mijn bedoeling om verschillende onderzoeksdisciplines tegenover elkaar te zetten. Of om de zwaarte van bewijskracht van verschillende typen onderzoek op een weegschaal te plaatsen. Verschillende methoden van onderzoek zijn juist complementair aan elkaar. En om dat te laten slagen dient niet alleen ons onderzoek inclusief te zijn, maar ook onze systemen voor het waarderen van onderzoek en het toekennen van subsidies. Dit vraagt dus ook een diversiteitssensitieve kijk op onderzoek van onze collega-onderzoekers. En in dat opzicht heb ik goed nieuws. Want ondanks dat het tegen de stroom inzwemmen is, kunnen we mooie projecten starten dankzij subsidieverstrekkers, commissieleden en opdrachtgevers die participatief en inclusief onderzoek op waarde weten te schatten. 21 Hoofdstuk 4. Richtingwijzers lectoraat PIJL UITGELICHT Een participatief en inclusief onderzoeksproject Een voorbeeld van een participatief en inclusief onderzoeksproject is ‘Inclusieve preventieve opvoedsteun: Leren en innoveren met professionele grassroots organisaties’. Dit ZonMw project is gestart vanuit een gezamenlijk gevoelde urgentie van ouders, praktijkorganisaties, gemeenten en onderzoekers. We constateerden namelijk dat ouders uit minderheidsgroepen met diverse culturele en/of religieuze achtergronden onvoldoende bereikt en ondersteund worden met effectieve opvoedsteun. Alle ouders hebben opvoedvragen, zo ook ouders met diverse achtergronden. Voor ouders met een diverse achtergrond komen daar ervaringen van discriminatie en stigmatisering bovenop (Schenkels, Loukili & Mutsaers, 2021; Distelbrink et al., 2020). Toch zijn ouders met diverse achtergronden ondervertegenwoordigd binnen de reguliere organisaties die preventieve opvoedsteun bieden. Maar dat is niet het geval bij de grassroots organisaties die deze ouders wel bereiken. Grassroots organisaties zijn organisaties die zijn ontstaan uit de gemeenschap. Bijvoorbeeld vanuit een samenwerkingsverband met moskeeën en Islamitische scholen. Bij dit project werken we samen met drie professionele grassroots organisaties die werken met het veelgebruikte erkende opvoedprogramma Triple P. Hoe komt het dat deze grassroots organisaties ouders wel bereiken? Welke kennis over wat hierbij werkt passen zij al toe? Het Verwey Jonker Instituut onderzoekt hun werkwijze en wat dit oplevert voor ouders. Samen met Triple P eigenaar Families Foundation brengen ze de kennis samen in een integrale methodische aanpak. We werken in dit project via een cyclisch proces van kennisontwikkeling, -benutting, leren en reflecteren. Dus wat we leren uit het onderzoek gaan we gezamenlijk direct toepassen in praktijk en beleid. Onderzoekers van de lectoraten PIJL en Betrokken Wetenschap begeleiden participatieve leernetwerken in de drie gemeenten van deze grassroots organisaties, namelijk Amsterdam, Eindhoven en Rotterdam. In die leernetwerken zijn alle belanghebbenden rondom het vraagstuk betrokken, namelijk ervaringsdeskundige ouders, grassroots organisaties, reguliere organisaties en gemeenten. Met dezelfde partners wordt nagedacht 22 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap over hoe de kennis te vertalen naar algemeen bruikbare handvatten op het niveau van professionals, opvoedprogramma’s, organisaties en beleid. Uiteindelijk beoogt ons consortium om kansrijk opvoeden te bevorderen en te voorkomen dat gezinnen pas in zicht komen in het jeugdlandschap als problemen rondom de opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen ernstiger vormen hebben aangenomen. Ons project levert uiteindelijk informatie op over hoe opvoedondersteuning inclusiever kan worden en dus beter alle ouders kan bereiken met effectieve opvoedsteun. 23 Hoofdstuk 4. Richtingwijzers lectoraat PIJL 4.3. Waardevolle innovatie Wat is waardevolle innovatie? Er is in het jeugdlandschap een wereld te winnen met technologische en sociale innovaties. Met participatieve en inclusieve onderzoekmethoden gaan we op zoek naar waardevolle innovatie die werkt. Een innovatie is voor ons waardevol als deze behoefte- en waardengedreven is. • Met behoeftegedreven bedoelen we dat innovaties een antwoord zijn op de behoeften van kinderen, jongeren, ouders en jeugdprofessionals en aansluiten bij de diverse leefwerelden. • Met waardengedreven bedoelen we dat innovaties niet moeten worden gedreven door winst of technologische mogelijkheden, maar door ethische, sociale en ecologische overwegingen. Waardengedreven gaat bijvoorbeeld over het waarborgen van privacy, het stellen van vragen over de duurzaamheid van innovaties en het in beeld brengen van de impact op de samenleving. Met name technologische mogelijkheden worden vaak naar voren geschoven als de oplossing voor tekorten op de arbeidsmarkt in de zorg. Hierin schuilt het gevaar dat gebruikers onvoldoende worden meegenomen in deze ontwikkeling. Innoveren, behoefte- en waardengedreven ontwikkeling en participatief en inclusief ontwerp gaan hand in hand. Als we willen innoveren in het jeugdlandschap dan zal bij (door) ontwikkeling en implementatie hiervan altijd worden samengewerkt met kinderen, jongeren, ouders of jeugdprofessionals. Uit onderzoek blijkt dat als je actief reflecteert samen met degene die het betreffen en daarbij de verschillende waarden centraal stelt, dit de bruikbaarheid en toepassing van een innovatie bevordert (Smits et al., 2020). 24 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Vernieuwende mogelijkheden voor preventie, steun en hulp Waardevolle innovaties openen een legio aan andere mogelijkheden voor preventie, steun en hulp waarbij kinderen, jongeren, ouders en professionals kunnen spelen, beleven, oefenen en leren (Garage2020, 2023). Dat kan mét, maar ook zonder professionals. Ook kan het een offline innovatie (zoals een kaartspel) of een online innovatie zijn. Sinds de COVID-19 pandemie is videobellen niet meer weg te denken en breiden organisaties voor preventie, steun en hulp hun online aanbod verder uit. Naast videobellen worden ook andere digitale en online toepassingen steeds vaker benut zoals serious gaming, virtual reality (VR), biofeedback en domotica. Online werken en andere technologische innovaties hebben diverse voordelen. Preventie, steun en hulp kan efficiënter en goedkoper worden, bijvoorbeeld omdat in het geval van online innovaties reistijd en reiskosten niet nodig zijn. Online innovaties kunnen preventie, steun en jeugdhulp ook verbeteren. Bijvoorbeeld omdat het laagdrempeliger is dan een bezoek aan een instelling of een huisbezoek (PI Research, 2023; Triple P, z.d.) of omdat het makkelijker is om anoniem contact te zoeken met een professional over moeilijk bespreekbare onderwerpen zoals seksueel misbruik (Simons et al., 2024). Het vraagt voor professionals en gezinnen minder organisatie om deel te nemen waardoor de tevredenheid toeneemt (Leijten et al., 2024). Een ander interessant werkzaam element van waardevolle innovaties is de funfactor (Alsem et al., 2023; Dietvorst et al., 2023). Kinderen, jongeren en ook ouders waarderen de mogelijkheden die waardevolle innovaties bieden, zoals spelen, oefenen en daardoor leren. Dit wordt soms als leuker ervaren dan alleen praten. En niet iedereen is verbaal sterk of uit zich gemakkelijk. Ook data-gedreven preventie in het jeugdlandschap ontsluit een legio aan mogelijkheden om vroegtijdig (zelf)steun te bieden om erger te voorkomen. Technologie maakt het mogelijk om de beleving af te stemmen op dat wat iemand wil weten of leren (Lichtwarck-Aschoff & Otten, 2023). In plaats van ‘ one-size-fits-all ’ is het met gepersonaliseerde preventie, steun of hulp mogelijk om beter aan te sluiten bij de mogelijkheden van de professional en de behoeften van kinderen, jongeren en ouders. Daarbij sluiten digitale innovaties ook nog eens aan bij de leefwereld van kinderen, jongeren en ouders, die voor een deel online plaatsvindt. Daardoor kunnen we doelgroepen bereiken die we nu niet of moeilijk bereiken (Alliantie Verandering van Binnenuit, 2024; Pels et al., 2009; Plaisier et al., 2023). Het lectoraat PIJL wil deze nieuwe mogelijkheden benutten bij het doorontwikkelen en toepasbaar maken van kennis over wat werkt bij preventie, steun en hulp. 25 Hoofdstuk 4. Richtingwijzers lectoraat PIJL Daarbij moeten we met een aantal zaken rekening houden, namelijk 1. de huidige obstakels bij duurzame ontwikkeling en benutting, 2. dat innovaties weer nieuwe kennisvragen oproepen, en 3. dat waardevolle innovatie inhoud dat we ons inzetten voor duurzaamheid. Ik licht deze zaken hieronder toe. Obstakels voor duurzame ontwikkeling en benutting In deze rede spreek ik over wat het ontwikkelen en inzetten van vernieuwende oplossingen kan betekenen voor het jeugdlandschap en hoe diverse onderzoekers en organisaties voor preventie, steun en hulp de handschoen hebben opgepakt. Toch blijft het jeugdlandschap achter op de mentale gezondheidszorg die al decennialang in ontwikkeling zijn (Smith et al., 2023; Weeland & Bastiaanssen, 2024). Samen met collega-onderzoeker Joyce Weeland van de Erasmus Universiteit Rotterdam en het kennisnetwerk online jeugdhulp en preventie brachten we de obstakels in beeld die een duurzame ontwikkeling en benutting van online jeugdhulp in de weg staan (Weeland & Bastiaanssen, 2024). Dat laat zich het makkelijkst samenvatten door te zeggen: er wordt veel ontwikkeld, het overzicht ontbreekt, borging en doorontwikkeling blijven uit en de werkzaamheid is vaak onbekend (zie ook KPMG, 2023). Dit komt ook omdat er door bezuinigingen onvoldoende middelen beschikbaar zijn in het jeugdlandschap om te investeren in innovatie (De Koster, 2017; Friele et al., 2018). En als er innovatie- en onderzoeksprojecten kunnen starten dan is er vaak geen budget voor doorontwikkeling, duurzame implementatie en onderhoud van innovaties. Bij veel grootschalige stimuleringssubsidies van de overheid wordt vaak tot 50 procent cofinanciering van praktijkorganisaties verwacht (zoals Ontwerp-Stimuleringsregeling Innovatie TAZ-WOZO; VWS, 2022 en het programma praktijkgericht onderzoek in de GGZ van ZonMw). Dat zijn bedragen die in het merendeel van het jeugdlandschap niet beschikbaar zijn waardoor kinderen, jongeren, opvoeders en professionals niet profiteren van dergelijke subsidies. Onderzoekers, praktijkorganisaties en beleidsmakers hebben daarom de volgende behoeftes kenbaar gemaakt (Weeland & Bastiaanssen, 2024): 1. meer (en betere) samenwerking bij ontwikkeling en onderzoek; 2. overzicht van hulpmiddelen die er al zijn en een centraal platform voor innovaties in het jeugdlandschap; 3. tijd, ruimte en geld voor doorontwikkeling en duurzame implementatie, inclusief budget voor onderhoud, instructie en (na)scholing; 26 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Innovaties roepen ook nieuwe kennisvragen op Innovaties roepen ook altijd nieuwe kennisvragen op, bijvoorbeeld: werkt online preventie, steun en hulp voor iedereen en altijd (Nieuwboer & Schalk, 2023; Leijten et al., 2024)? Is iedereen voldoende digitaal vaardig en heeft iedereen ook toegang tot de benodigde middelen om baat te hebben bij technologische ontwikkelingen (Bouwens & Demircay, 2024; Ketel, 2023)? We moeten ervoor waken dat technologie tegen ons gaat werken en bestaande kloven in onze samenleving alleen maar verder vergroot. Ook is het zo dat ondanks dat de COVID-19 pandemie de onlinemogelijkheden een boost heeft gegeven (Tuenter e.a., 2021) veel jeugdprofessionals nog terughoudend zijn in het benutten ervan (Meijer-Hoogeveen et al., 2023). Er spelen ook vragen rondom de benodigde attitude, competenties en vaardigheden voor jeugdprofessionals als het gaat over het benutten van technologische mogelijkheden. Waardevol innoveren betekent ook inzetten op duurzaamheid Bij deze richtingwijzer sluiten we aan bij wat er al is, zijn we waakzaam voor ‘opnieuw wielen uitvinden’. Als beschikbare kennis, methoden, tools en innovaties niet werken dan onderzoeken we hoe dat komt, vragen we ons af of doorontwikkeling mogelijk is, of besluiten we dat we ermee moeten stoppen. Dit is een belangrijke tussenstap voordat we iets nieuws ontwikkelen. Want de implementatiekracht van couleur locale omarmen we graag, maar we willen ook kennis ontwikkelen voor het hele jeugdlandschap in Nederland en mogelijk ook daarbuiten. Daarbij is het belangrijk dat wat er allemaal beschikbaar is ook overzichtelijk wordt voor het jeugdlandschap evenals de waarde ervan (de kosten en de baten). Collega’s die langer met mij gewerkt hebben weten dat ik houd van overzichten, zoals de databanken van het Nederlands Jeugdinstituut met interventies, instrumenten en richtlijnen. Nu heeft Vilans, een kenniscentrum voor zorg en ondersteuning, een kennisbank digitale zorg. Daarin zijn diverse technologische hulpmiddelen opgenomen, inclusief onderzoek naar de effectiviteit en waardebepaling (Bierhoff et al., 2023; Vilans, 2025; Kennisbank Digitale Zorg). Voorbeelden hiervan zijn: beeldschermzorg, beeldschermzorg, hulpmiddelen voor het aantrekken van steunkousen en robotdieren. Vilans richt zich vooral op professionals in de revalidatiezorg, ouderenzorg en gehandicaptenzorg. Nu zijn werkveldpartners uit het jeugdlandschap ook bezig met technologische innovaties. Maar een soortgelijk overzicht voor het jeugdlandschap ontbreekt nog. Lectoraat PIJL zou hier graag meewerken aan het verrijken van een dergelijk overzicht voor kinderen, jongeren, ouders en professionals in het jeugdlandschap. Zodat kennis over wat werkt, maar óók wat niet werkt, gebundeld kan worden en we er samen 27 Hoofdstuk 4. Richtingwijzers lectoraat PIJL voor kunnen waken dat we geen wielen opnieuw uit gaan vinden. Een dergelijk overzicht kan ook bijdragen aan duurzame innovatie door informatie over de kwaliteit en effectiviteit van innovaties te verzamelen. Daar is nu onvoldoende zicht op. UITGELICHT Participatieve, inclusieve en innovatieve activiteiten Er is een prachtig Afrikaans gezegde dat van toepassing is op alle richtingwijzers van PIJL. “Alleen ga je sneller, samen kom je verder”: dat geldt voor participatief en inclusief werken, maar zeker ook voor innovatief werken. Lectoraat PIJL werkt samen in: • garages waar we experimenteren, • werkplaatsen en hubs waar we netwerken en verbinden, • labs en samenwerkingsverbanden waar we ontwikkelen en onderzoeken. Voorbeelden hiervan zijn de Academische Werkplaats Jeugd van Tranzo, YouthLab van GGZ-instelling Reinier van Arkel, de Research, Development & Education afdeling van GGZ-instelling De Viersprong, Expertisecentrum Kind en Detentie, Samenwerkingsverband Mijn Pad, Expertisecentrum Groen, het Kennisnetwerk Online jeugdhulp en Preventie, het SEJN (Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdhulp Nederland), de Werkplaats Sociaal Domein en het Gezondheid Innovatie Atelier. 28 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Hieronder licht ik drie van onze samenwerkingen toe. Werkplaats Sociaal Domein Binnen de Werkplaats Sociaal Domein evalueren we samen met werkveldpartner Surplus de opbrengsten van de methodische inzet van Virtual Reality (VR) door jongerenwerkers. Ook verkennen we, samen met jongeren van de Veranderwerkplaats en het lectoraat Mind the Gap van collega lector Henk Spies van Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht van Avans Hogeschool, de mogelijkheden voor een databank met ‘ervaringen’ van jongeren. Gezondheid Innovatie Atelier Het Gezondheid Innovatie Atelier wordt mede mogelijk gemaakt door de Werkplaats Sociaal Domein. Dit atelier is een samenwerking tussen de Academie voor Welzijn, Educatie en Gezondheid en ons Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid, beiden van Avans Hogeschool. Het Gezondheid Innovatie Atelier is het maker atelier voor zorg-, sociale en technologische innovaties. Zo werken we bijvoorbeeld samen met de GGD West Brabant en in co-creatie met ervaringsdeskundigen, studenten Social Work en professionals aan een project over de ontwikkeling van kennisproducten om professionals beter toe te rusten om jongeren te begeleiden in de overgang naar 18 jaar. Samen met het lectoraat Applied Responsible Artificial Intelligence (ARAI) Ook werken we intensief samen met het lectoraat Applied Responsible Artificial Intelligence (ARAI). Samen met werkveldpartner SDW hebben we subsidie aangevraagd om een voicebot te ontwikkelen waar ouders betrouwbaar en toepasbaar opvoedadvies aan kunnen vragen. De collega’s van ARAI weten alles over Large Language Modellen (LLMs), zoals GPT (Generative Pretrained Transformer) en BERT (Bidirectional Encoder Representations from Transformers) in combinatie met Retrieval-Augmented Generation (RAG). Met behulp van de CRISP- DM methodologie worden diverse ontwikkelfasen doorlopen met verschillende Technology Readiness Levels (TRL’s). Kunt u het nog volgen? Ik in ieder geval niet. Maar de collega’s van ARAI gelukkig wel. 29 Hoofdstuk 4. Richtingwijzers lectoraat PIJL Het PIJL-lectoraat is geworteld in Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid van Avans Hogeschool. Wij sluiten aan bij de missie van het Centre of Expertise: “Wij willen iedereen in de samenleving perspectief bieden op optimale gezondheid, zorg en welzijn”. PIJL werkt daarbij hoofdzakelijk samen met twee academies van Avans Hogeschool: de Academie voor Welzijn, Educatie en Gezondheid (AWEG) in Breda en de Academie voor Welzijn en Gezondheid (AWG) in Den Bosch. In het bijzonder met de minoren Stevig staan in de Jeugdzorg van de opleiding Social Work en Kraam Kind Jeugd van de opleiding Verpleegkunde. Docenten uit de academies zijn als docent-onderzoekers betrokken bij het lectoraat. Studenten van de verschillende opleidingen kunnen als co-onderzoekers betrokken zijn bij onderzoeksprojecten. Naast deze focus heeft het lectoraat PIJL binnen het Centre of Expertise de mogelijkheid om transdisciplinair samen te werken met andere lectoraten, Centres of Expertise en academies. Hierbij werken we samen met verschillende expertises aan complexe kennisvraagstukken. Een voorbeeld is een project wat we onlangs hebben uitgevoerd met behulp van een stimuleringssubsidie uit het ZonMw programma over Pandemische Paraatheid. Hierbij is een zeer gedegen ontwerpstudie uitgevoerd voor het ZonMw programma Pandemische Paraatheid. Samen met jongvolwassen studenten die de Covid-19 pandemie hebben meegemaakt werkten onze onderzoekers volgens de Design Thinking methode waarbij de input van de studenten centraal stond. Zij ontwikkelden adviezen voor hogescholen voor het beperken van de negatieve invloed van social distancing maatregelen op het mentaal welbevinden van studenten bij een mogelijke volgende pandemie. In dit onderzoek werkten we samen met vier lectoraten (Analysetechnieken in de Life Sciences, Betrokken Wetenschap, Gelijke Kansen op gezonde Keuzes en Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap). Verbinding onderwijs en onderzoek 30 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Ook al is er veel kennis beschikbaar over effectieve preventie, steun of hulp bij vragen en problemen rondom opvoeden en opgroeien, deze wordt nog beperkt toegepast. Het lectoraat PIJL wil vanuit de huidige staat van kennis over wat werkt en het gegeven dat kennis aan moet sluiten bij de complexiteit en realiteit van het jeugdlandschap verder bouwen aan het doorontwikkelen en toepasbaar maken van deze kennis over wat werkt. Kennisvraagstukken in het jeugdlandschap onderzoeken wij met participatieve onderzoeksmethoden waarbij onze speciale aandacht uitgaat naar het samenwerken met diverse kinderen, jongeren, ouders en professionals om tot waardevolle innovatie voor iedereen te komen. Daarbij benutten we vernieuwende mogelijkheden voor preventie, steun en hulp. Wat wij gaan (door)ontwikkelen en onderzoeken moet bruikbaar zijn voor onze werkveldpartners en ons onderwijs, maar ook moet het schaalbaar en duurzaam zijn. We willen dat preventie, steun en hulp resultaten oplevert voor kinderen, jongeren en ouders. En we willen dat onze huidige en toekomstige professionals in praktijk en beleid zich hierbij voldoende toegerust voelen. Samen doeltreffend innoveren doen we samen met de mensen die het betreft, en met andere lectoraten, Centres of Expertise, onderzoeksorganisaties, praktijkorganisaties en beleidsmakers: participatief, inclusief en innovatief. Ik kijk ernaar uit! Kortom 31 Kortom Graag bedank ik het College van Bestuur van Avans voor het vertrouwen in mij. In 2023 gaf Jacomine Ravensbergen mij de kans om als lector bij deze mooie hogeschool aan de slag te gaan, samen met Meralda Slager, directeur van ons Centre of Expertise. Meralda, wij delen onze visie op onderzoek naar gezondheid en welzijn. In korte tijd heb je een sterk Centre of Expertise neergezet, en ik ben trots dat ik daar deel van mag uitmaken. Ook wil ik mijn collega-lectoren bedanken: Ander, Anne, Annemarie, Gera, John en Jos, evenals associate lectoren Cindy, Eefje en Margriet. Het is inspirerend om samen te werken met experts uit verschillende vakgebieden. Naast onze inhoudelijke discussies is er altijd ruimte voor humor, en dat waardeer ik enorm. Dank aan de docentonderzoekers en onderzoekers van onze kenniskring. Een nieuwe lector en een andere koers dat is wennen, maar samen zijn we de uitdaging aangegaan. Het resultaat is een team waar ik trots op ben. Het kloppend hart van ons Centre of Expertise: de managementassistenten, collega’s van het projectenbureau, controllers en communicatie. Dank voor jullie onmisbare ondersteuning en warme welkom. In het bijzonder Marina van den Berg, mijn steun en toeverlaat vanaf dag één. Lisa Vermeer en Sanne van Egmond, dank voor alles wat jullie samen met Marina hebben gedaan om van de lectorale rede een geslaagd evenement te maken. Sophie en René, dank jullie wel voor het organiseren van de expositie. Dagvoorzitter Carlijn Hoogeveen, met jouw muziek en kunst zorg jij ervoor dat de stem van jongeren gehoord wordt op events zoals deze rede. Dank dat je dit avontuur met mij bent aangegaan. Collega’s van de academies, dank voor de inspirerende gesprekken over ons vak. Werken in het hoger onderwijs is nieuw voor mij, en de zoektocht naar de verbinding tussen onderzoek en onderwijs ondernemen we samen. Buiten Avans heb ik het geluk te mogen werken met een prachtig netwerk van mensen die zich dagelijks inzetten voor kennisontwikkeling in het jeugdlandschap. Daaruit zijn zelfs vriendschappen ontstaan. Marjan de Lange, Gonnie Albrecht, Marike Serra, Marion van Hattem en Marloes Driedonks, dank voor jullie aanmoediging. En in het bijzonder wil ik ervaringsdekundige jongeren en ouders en jeugdprofessionals bedanken die mijn ogen hebben doen openen. Dankwoord 32 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Lieve vrienden en vriendinnen, dank voor de nodige ontspanning: de hardlooprondjes, wandelingen, goede gesprekken, borrels en feestjes. Lieve familie – Papa, Mama, Lian, Iris, Jasmijn en Martha – dank je wel voor wie ik ben. Lieve Toby, Mara en Sil, nog nooit hebben jullie zo lang naar mij moeten luisteren, haha! Met trots kijk ik naar hoe jullie uitgroeien tot prachtige mensen. En Toby, jij hebt de filmpjes gemaakt die we hebben getoond tijdens de rede, dank je wel daarvoor - was geweldig om dat samen te doen. Lieve Wim, jij bent mijn basis. 33 Dankwoord Derya Demirçay Derya Demirçay is docent-onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Daarnaast is Derya docent bij de academie Welzijn, Educatie en Gezondheid van Avans Hogeschool. Loopbaan Derya is geboren in Ankara en woont momenteel in Antwerpen. Ze promoveerde met een proefschrift over het taalgebruik van Nederlands-Turkse immigranten en begon met lesgeven bij Avans Hogeschool tijdens de laatste fase van haar promotie. Ze geeft vooral Engelse lessen en verzorgt onderzoeksgerelateerde vakken. Door haar achtergrond in onderzoek was ze altijd al geïnteresseerd om bij te dragen aan onderzoek binnen Avans Hogeschool. Door haar rol als docent-onderzoeker kan ze daar nu concreet aan bijdragen. Expertise Derya is erg geïnteresseerd in verschillende culturen en houdt van het leren van talen, reizen en lezen. Haar interesse ligt bij het taalgebruik van immigranten en vluchtelingen, hun sociale context, hoe zij zichzelf positioneren in de samenleving en hoe de ontwikkelingen binnen de samenleving op hen van invloed zijn. Ze is geïnteresseerd in inclusie en hoe jongeren kunnen worden opgenomen in alle aspecten van de samenleving. Onderzoek Derya heeft meegewerkt aan een project dat voorbeelden van participatieve werkwijzen vanuit de praktijk in de kijker zet. Ook heeft ze gekeken naar de behoeften van jongeren met betrekking tot het regelen van digitale regelzaken als ze 18 worden. Een ander onderzoeksthema waar ze zich mee bezighoudt, heeft te maken met het perspectief, de leefwereld en behoeften van kinderen met een ouder in detentie in beeld te brengen. Team 34 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Donna Schalk Donna Schalk is docent-onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Daarnaast werkt zij als docent bij de deeltijdopleiding HBO- Verpleegkunde van Avans Hogeschool. Loopbaan Donna studeerde Gezondheidswetenschappen in Maastricht en werkt daarna in verschillende onderzoeks- en beleidsfuncties met betrekking tot kwaliteit van zorg. Bij Avans Hogeschool begeleidt zij Verpleegkunde studenten bij het doen van praktijkgericht onderzoek en het ontwikkelen va onderzoekend vermogen. Ook ontwikkelt en coördineert ze onderwijs over praktijkgericht onderzoek. Expertise Haar drijfveer is om mensen in een kwetsbare positie te ondersteunen door middel van onderzoek en projecten die daaraan bijdragen te onderbouwen. Dat doet ze in samenwerking met zorg- en welzijnsprofessionals. Onderzoek Donna is binnen het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap onder andere betrokken geweest bij het onderzoek naar online alliantie van de landelijke GroeiGids ouderchat en de afronding van het project ‘Zelfie’; de doorontwikkeling van een cultuur- en gendersensitieve begeleiding van vrouwelijke statushouders in de gemeente Den Bosch. Momenteel doet zij samen met de gemeente Den Bosch en andere betrokkenen onderzoek naar een duurzame inzet van de brugfunctionaris op (basis)scholen. 35 Team Estelle Becht Estelle Becht is docent-onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap en het Gezondheid Innovatie Atelier. Ook werkt ze als docent bij de opleiding Fysiotherapie van Avans Hogeschool. Loopbaan Estelle heeft een achtergrond in de fysiotherapie en manuele therapie. Tijdens haar loopbaan deed ze veel ervaring op in diverse facetten van de fysiotherapie. Wat haar oorspronkelijk aantrok in de fysiotherapie was de mogelijkheid om mensen te helpen het optimale uit hun lichaam te halen door middel van beweging en sport. Tijdens haar loopbaan ontwikkelde Estelle een interesse in zorg en welzijn in de breedte, vooral voor innovatie in de sector. Vandaar dat ze de studie Innovatie in Zorg en Welzijn in Utrecht heeft afgerond. Haar masteronderzoek ging over de implementatie van technologische innovatie in zorg en welzijn. Expertise Estelle heeft expertise in de gezondheidszorg, met name in de fysiotherapeutische en revalidatiezorg. Door haar werk bij het GET-lab, tegenwoordig Gezondheid Innovatie Atelier, deed ze veel ervaring op binnen andere facetten van de zorg. Ze verbreedde haar kennis en expertise en deed veel ervaring op met co-design, sociale en technologische innovatie en co- creatie. Estelle draait verschillende projecten met zorg- en welzijnsorganisaties waarin de doelgroep wordt betrokken om te innoveren bij vraagstukken die over hen gaan. Ze gelooft sterk in de kracht van verbinding en samenwerking tussen verschillende organisaties. Onderzoek Op dit moment is Estelle betrokken bij de regiodeal, vanuit waar ze verschillende fieldlabs opzetten. Een fieldlab is een praktijkomgeving waar (docent-)onderzoekers en studenten van Avans Hogeschool in co-creatie met de beroepspraktijk en samenleving nieuwe, relevante kennis en toepassingen tot stand brengen. Ook werkt Estelle binnen de Werkplaats Sociaal Domein (WSD) en het Gezondheid Innovatie Atelier aan de verbinding tussen onderwijs en werkveld. Daarnaast is ze betrokken bij de ontwikkeling van een keuzemodule voor studenten uit jaar twee die draait om innovatie in zorg en welzijn. 36 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Hannah Boeijkens Hannah Boeijkens is onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Loopbaan Hannah volgde de Research Master Cognitive Neuroscience aan de Universiteit Maastricht en de jaaropleiding tot Kindercoach. Van 2018 tot 2023 werkte ze bij de start-up/scale-up Tover als ontwerper voor de Tovertafel voor Kinderen. In 2024 startte Hannah als projectleider en sociaal ontwerper bij Garage2020. Met een multidisciplinair team en een focus op technologische innovatie transformeert Garage2020 de jeugdzorg. Daarnaast werkte ze als freelancer bij de Toekomstvaarders, waar ze zich bezig hield met het ontwerp van interactieve leerervaringen voor kinderen en jongeren, met een focus op de vaardigheden van de toekomst. Op dit moment werkt ze aan het project Young Futurists: een spelvorm die kinderen helpt om zich voor te bereiden op de toekomst door een potentieel toekomstscenario te gaan ervaren en onderzoeken (gefinancierd door Stimuleringsfonds Creatieve Industrie). Per 1 februari 2025 is Hannah gestart als onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap van Avans Hogeschool. Expertise Hannah heeft een achtergrond in neurowetenschappen en psychologie. Ze heeft expertise in co-creatie met kinderen, hun sociaal-emotionele ontwikkeling en de inzet van serious games om te leren, te motiveren én tot gedragsverandering aan te zetten. Hannah werkt op het snijvlak van onderzoek en ontwerp middels de design thinking methodiek. Onderzoek Hannah is op dit moment verbonden aan project ‘VR Jongerenwerk’, waar ze tijdelijk de rol van projectleider op zich neemt. Door een procesevaluatie brengen ze in project VR Jongerenwerk in kaart hoe een specifieke VR tool gebruikt wordt door jongerenwerkers met jongeren om te komen tot een ontwikkelingsvraag en individuele behandeltrajecten. Dit project voert zij uit voor Surplus. Ook is Hannah betrokken bij project ‘Inclusieve Preventieve Opvoedsteun’, waar Hannah de leerbijeenkomsten en terugkoppeling hierop organiseert en faciliteert om zo werkzame elementen te kunnen identificeren. 37 Team Inge Bastiaanssen Inge Bastiaanssen is lector Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap bij Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid van Avans Hogeschool. Loopbaan Na een studie maatschappelijk werk (HAN) en gezinspedagogiek (Radboud Universiteit Nijmegen) startte Inge haar loopbaan in de praktijk van het maatschappelijk werk en de jeugdzorg. Na acht jaar als praktijkprofessional ging ze onderzoek doen naar de effectiviteit van de jeugdzorg, bijvoorbeeld via haar promotieonderzoek naar de kwaliteit van jeugdhulp in residentiële instellingen. In 2016 begon ze bij het Nederlands Jeugdinstituut. Daar heeft zij zich zeven jaar ingezet op kennisverspreiding, onder meer als programmaleider van de Databank Effectieve Jeugdinterventies. Expertise Inge voerde haar onderzoek altijd in de praktijk uit, het liefst samen met kinderen, jongeren, ouders en professionals. Zij diende diverse onderzoeks- en subsidieaanvragen in en kreeg ze gehonoreerd. Ze deed ervaring op met het leiden van meerjarige onderzoeksprojecten, zoals de Lerende Databank Jeugd van het Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdhulp Nederland (SEJN). Inge heeft samenwerkingsverbanden geleid waaronder de Academische Werkplaats Jeugd in Nijmegen. Door haar samenwerking met onderzoeksconsortia, jeugdhulporganisaties, werkplaatsen, kennisinstituten, gemeenten en ministeries beschikt zij over een groot netwerk in wetenschap, praktijk en beleid in het jeugdlandschap. Onderzoek Inge vindt het mooi werk om een bruggenbouwer te zijn tussen praktijk, wetenschap, onderwijs en beleid. Daar zet zij zich graag voor in. Haar huidige werk als lector Participatieve Innovaties in het Jeugdlandschap bij Avans geeft haar de mogelijkheid om samen met professionals, kinderen, jongeren en ouders te werken aan het verder versterken van preventie, steun en hulp. 38 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Katie Verschueren Katie Verschueren is onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap en het Gezondheid Innovatie Atelier. Loopbaan Katie heeft een achtergrond in Communicatie & Multimedia Design wat zij studeerde bij Avans Hogeschool Breda. Na haar bachelor heeft ze de masteropleiding Industrial Design afgerond aan de Technische Universiteit Eindhoven. Tijdens haar masteropleiding heeft zij zich gespecialiseerd in ontwerpend onderzoek binnen het gezondheidszorg domein. Haar masterafstudeeronderzoek ging over het ontwerpen van een kunstmatige baarmoeder waarbij zij zich specifiek focuste op het ouder-perspectief en hoe ouder-kind binding mogelijk gemaakt zou moeten worden. Expertise Als ontwerper en onderzoeker heeft Katie een methodische aanpak waarbij een aantal methodieken – waaronder ontwerpend onderzoek (Research- through-Design), co-design en human-centred design – centraal staan. Haar expertise als onderzoeker en ontwerper ligt specifiek in het toepassen van deze methodieken binnen het domein van gezondheid, zorg en welzijn. Onderzoek Katie werkt in project ‘Hoe gaat het met de ouders?’ in co-design met GGD West-Brabant, Gemeente Breda, Tranzo, ervaringsdeskundige ouders en gemeentelijke professionals aan een innovatie die ervoor zorgt dat ouders en andere gezinsleden zich meer gehoord en gezien voelen. In project ‘Pandemische Paraatheid’ wordt in co-creatie met studenten verkend hoe de negatieve gevolgen op het mentaal welzijn van studenten tijdens de coronapandemie geminimaliseerd kunnen worden tijdens toekomstige pandemieën. 39 Team Kees van Dam Kees van Dam is docent-onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap en docent Social Work bij Avans Hogeschool. Loopbaan Sinds 2013 is Kees docent Social Work en sinds 2019 werkt hij als onderzoeker bij Avans Hogeschool. In 2007 studeerde hij af aan de Erasmus Universiteit in Criminologie en in 2021 in Filosofie (cum laude). Na zijn studie Criminologie werkte hij bij Reclassering Nederland als adviseur. In deze rol sprak hij met verdachten om een advies te formuleren voor de rechtbank over de mogelijkheden van begeleiding. Expertise Vanaf 2018 houdt Kees zich intensief bezig met de inzet van sociale technologie in het welzijnsdomein. Als programmaleider heeft hij de technologische ontwikkelingen verbonden met het onderwijs voor sociaal werkers. Dit thema heeft ook een grote rol in zijn onderzoek. Naast zijn werk als docent bij Avans Hogeschool studeerde hij Filosofie. Tijdens deze studie legde hij zich toe op techniekfilosofie en schreef hij een scriptie over de ethiek van empathie en virtual reality. Onderzoek Het onderzoek van Kees richt op de verantwoorde inzet van AI in de jeugdhulp. Zijn focus ligt op het ontwikkelen van participatieve methoden en het integreren van ethische overwegingen in het ontwerp en de toepassing van AI. Tevens onderzoek onderzoekt hij hoe AI-toepassingen de leefwereld van jongeren beïnvloeden en ontwikkelt hij methoden om jongeren te betrekken bij ethische vraagstukken rond AI. 40 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Lilith Smidts-Lefever Lilith Smidts-Lefever is ervaringsdeskundige onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Loopbaan Lilith Smidts-Lefever studeerde sociaal werk vanuit de gedachte om de negatieve ervaringen die ze opdeed in haar jeugd om te zetten in iets positiefs om anderen te helpen. Na haar studie ging ze aan de slag als opbouwwerker in Utrecht. Naarmate de tijd merkte ze dat ze graag meer wilde doen aan de structurele oorzaken van armoede en ongelijkheid tegengaan. Daarom startte Lilith met de premaster Zorgethiek en Beleid en deed ze vervolgens de master Community Development. Sinds 2022 werkt Lilith als ervaringsdeskundige armoede en sociale uitsluiting bij Stichting Sterk uit Armoede, waar ze als beleidsadviseur, trainer en onderzoeker werkt. In 2025 is Lilith gestart bij Avans Hogeschool als onderzoeker, waar ze ervaringskennis, praktijkkennis en wetenschappelijke kennis bij elkaar brengt. Expertise De expertise van Lilith ligt bij ethiek, armoede en sociale uitsluiting, community development en politiserend werken. Onderzoek Lilith zet bij verschillende onderzoeken haar ervaringskennis in om de stem te zijn van de mensen om wie het gaat. Dit doet ze niet concreet bij specifieke onderzoeken, het hele lectoraat Participatieve Innovatie van het Jeugdlandschap kan beroep op haar doen. 41 Team Maartje Vermeer Maartje Vermeer is docent-onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Ze werkt bij het Gezondheid Innovatie Atelier en is docent Social Work, beiden bij Avans Hogeschool. Loopbaan Bij haar opleiding Social Work ontdekte Maartje dat ze oplossingsgericht werkt met oog voor de ander. Het boeit haar waarom mensen handelen zoals ze handelen. Van nature is ze een harde werker en ondernemend ingesteld. Ze denkt niet in belemmeringen en problemen, maar in kansen en mogelijkheden. Bij de minor Active Ageing raakte Maartje enthousiast over sociale innovaties. In 2024 rondde Maartje haar Master Management & Innovatie in Maatschappelijke Organisaties af. Expertise Sinds juni 2019 is Maartje werkzaam bij het Gezondheid Innovatie Atelier van Avans Hogeschool in Breda, voorheen GET-lab. Ze houdt zich bezig met de verbinding tussen onderwijs, onderzoek en werkveld met als doel om mensen te verbinden door innovatie in te zetten bij maatschappelijke vraagstukken uit zorg en welzijn. Dit kunnen bestaande innovaties zijn, maar het is ook mogelijk dat deze nog niet bestaan. Dan is het van belang om door middel van Design Thinking een nieuwe innovatie te bedenken of een bestaande innovatie aan te passen. Het streven is dat (toekomstige) zorgprofessionals zich ontwikkelen tot hulpverleners die zorg op maat leveren, waarbij de doelgroep centraal staat en wordt meegenomen in dit proces. Onderzoek Op dit moment werkt Maartje binnen Werkplaats Sociaal Domein (WSD) Ouderen aan het project ‘(t)huis van de toekomst’. In dit project haalt Maartje samen mét mensen met dementie en hun mantelzorgers door middel van ontwerpend onderzoek behoeften op. Het doel is het ontwerpen van interactieve technologie die eigen regie bevorderd en ervoor zorgt dat mensen met dementie langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Binnen Avans zijn er verschillende Thematisch Lerende Netwerken (TLN). Een TLN biedt de mogelijkheid om diepgaande kennis te vergaren omtrent een relevant en actueel thema. Maartje is kartrekker van TLN Jong met Oud, welke zich specifiek richt op de verbinding tussen jong en oud. Bij dit netwerk zijn Surplus, ContourdeTwern en NAC Maatschappelijk de betrokken partners. 42 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Marina van den Berg Marina van den Berg is Senior Management Assistent bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Loopbaan Marina heeft meer dan 30 jaar ervaring in management-, project- en teamondersteuning. Haar carrière begon in 1990 als teamsecretaresse bij het UWV. Daarna werkte ze bij verschillende organisaties, waaronder GUO uitvoeringsorgaan, Bergler ICT en de Sociale Verzekeringsbank. De langste tijd – meer dan 15 jaar – was ze werkzaam bij GHOR Brabant Midden-West-Noord. Daar combineerde ze haar reguliere werk met een piketrol binnen de crisisorganisatie van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. In september 2022 besloot Marina dat ze haar ervaring en talent wilde inzetten in het onderwijs. Bij Avans Hogeschool vond ze haar plek als managementassistent bij het lectoraat PIJL en als projectondersteuner bij de Werkplaats Sociaal Domein – Ouderen. Dit is onderdeel van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid. Ze haalt veel voldoening uit werk, dat impact heeft en wil graag iets betekenen voor de maatschappij. Of het nu gaat om crisissituaties, onderwijs of ondersteuning in het sociaal domein, ook bij Avans zit ze hierdoor helemaal op haar plek. Expertise Plannen, organiseren en overzicht creëren is wat Marina het liefste doet. Ze is gewend om snel te schakelen en denkt altijd in oplossingen. Haar doel is om alles zo soepel en efficiënt mogelijk te laten verlopen zowel bij alle activiteiten van het lectoraat als het Centre of Expertise. 43 Team MirjamStraver-Kramer Mirjam Straver-Kramer is docent-onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Daarnaast is ze docent Verpleegkunde bij de Academie voor Gezondheidszorg van Avans Hogeschool in ‘s-Hertogenbosch. Loopbaan Mirjam is opgeleid tot verpleegkundige aan de CHE in Ede en volgde de opleiding docent verpleegkunde aan de HAN. Het grootste deel van haar loopbaan werkte ze in de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), waarvan de laatste 10 jaar als staffunctionaris en adviseur. Expertise In nauwe samenspraak met professionals ontwikkelde en coördineerde Mirjam implementatie- en inhoudelijke scholingstrajecten in het brede veld van de Jeugdgezondheidszorg. Landelijk is ze betrokken bij het Innovatieatelier van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid. Regionaal is zij vanuit haar onderwijskundige en JGZ-achtergrond adviseur bij stichting Postacademisch Onderwijs Jeugdgezondheidszorg Noord-Brabant, die jaarlijkse een aantal refereeravonden organiseert. Onderzoek Mirjam is al langer betrokken bij de minor Kraam Kind Jeugd en combineert dat nu met het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Daar richt ze zich op het thema ‘Aansluiten bij jonge ouders met behulp van digitale innovaties in de jeugdgezondheidszorg’. Mirjam: “Ik vind het echt een uitdaging om me hierin, en juist ook nu in deze bijzondere tijd, op de beroepsontwikkeling van de (aanstaande) professionals te richten en naar mogelijkheden te zoeken, om onder meer vanuit mijn netwerk werkveld en onderwijs op elkaar te betrekken.” 44 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap René Robins René Robins is onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid van Avans Hogeschool. Loopbaan René studeerde Sociale Psychologie, gericht op het verklaren en beïnvloeden van menselijk gedrag door middel van psychologische processen. Voordat hij als onderzoeker bij Avans Hogeschool begon werkte hij zes jaar als projectmanager en marktonderzoeker. In die rol was René verantwoordelijk voor het ontwerpen en uitvoeren van veelal kwantitatieve onderzoeken, zoals doelgroep- en behoefteonderzoeken, klant- en medewerkers-tevredenheidsonderzoeken en effectiviteitsmetingen. Expertise De kracht van René zit in het omzetten van data naar inzichten. Het echte inzicht ontstaat pas wanneer data binnen de volledige context wordt geïnterpreteerd. Door zich te verplaatsen in de perspectieven van verschillende belanghebbenden binnen die context probeert René data te duiden op een manier die aansluit bij de mensen die ermee moeten werken. Daarbij gaat hij als het ware op de stoel van de ander zitten en bekijkt de informatie vanuit hun standpunt. Welke vragen spelen bij hen? Wat betekenen de uitkomsten voor hen en welke gevolgen heeft dit voor hun dagelijkse leven of werk? Door data niet als losstaande cijfers te zien, maar als een verhaal dat impact heeft op mensen en processen, zorgt René ervoor dat analyses echt waarde toevoegen. Onderzoek René is als onderzoeker en projectleider onder andere verbonden aan het project ‘Veranderen met ambitie: Samen lerend op weg naar betere jeugdhulp’ van het Samenwerkingsverband: Samenwerkingsverband Effectieve Jeugdhulp Nederland. SEJN heeft als doel om de jeugdhulp blijvend te verbeteren door bij te dragen aan de (door)ontwikkeling van lerende organisaties. 45 Team Sophie Bouwens Sophie Bouwens is onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap en als docent verbonden aan de opleiding Social Work van Avans Hogeschool. Loopbaan Sophie studeerde Algemene Sociale Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en verrichtte een promotieonderzoek aan de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht. In 2007 maakte ze de overstap naar het hoger beroepsonderwijs, waar ze vooral maatschappijwetenschappelijke en onderzoeksgerelateerde onderwijsprogramma’s ontwerpt, uitvoert en coördineert. Haar onderwijstaken heeft ze altijd gecombineerd met het verrichten van onderzoek. Expertise Sophie deed onderzoek naar een brede variatie aan thema’s. Zo onderzocht zij binnen het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap ervaringen en behoeften van jongeren rondom digitale regelzaken bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar en behoeften van ouders die (nog) niet worden bereikt met online opvoedingsondersteuning. Ook droeg ze bij aan de afronding van het project Zelfie gericht op de doorontwikkeling van een cultuur- en gendersensitieve begeleiding van vrouwelijke statushouders in de gemeente Den Bosch. Een belangrijke rode draad in haar onderzoeken is het thema ongelijkheid en inclusie. Ze werkt daarbij vanuit een kwalitatieve, participatieve en actiegerichte benadering met de mensen waar het om gaat. Onderzoek Momenteel verricht Sophie samen met de gemeente Den Bosch een actieonderzoek naar de inzet van brugfunctionarissen op scholen. Daarnaast werkt ze mee aan een project met de GGD West-Brabant, waarbij door middel van design thinking kennisproducten voor (toekomstig) professionals worden ontwikkeld opdat zij jongeren en hun ouders beter kunnen ondersteunen bij de overgang van 18- naar 18+. 46 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Xiomara Vado Soto Xiomara Vado Soto is onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap en bij het lectoraat Applied Responsible Artificial Intelligence van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid van Avans Hogeschool. Loopbaan Xiomara Vado Soto is opgeleid als sociaal werker en heeft werkervaring in (gesloten) jeugdzorg, maatschappelijke opvang en de geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast werkt zij als docent Social Work bij een hogeschool. Als onderzoeker is zij betrokken bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap en het lectoraat Applied Responsible Artificial Intelligence. Daar heeft zij een brugfunctie tussen deze twee lectoraten en brengt in projecten de mogelijkheden van AI naar het sociale en jeugddomein. Expertise In 2017 schoolde Xiomara zich in Human Centered Design en is haar interesse voor nieuwe technologie (VR, AR, AI) ontstaan. Zij heeft sindsdien o.a. gewerkt bij Garage2020, Digivaardig in de Zorg en de Nederlandse AI Coalitie (NLAIC) waarbij de projecten altijd te maken hebben met het toepasbaar maken van nieuwe technologie binnen de werkpraktijk van sociale dienstverleners. Onderzoek In dat kader is Xiomara op het moment betrokken als onderzoeker bij een praktijkgericht onderzoek naar de methodische inzet van VR in het preventieve jongerenwerk. Gamen in VR spreekt jongeren ontzettend aan. Maar hoe kan een bestaande VR game vormgeven aan de methodische stappen van individuele begeleiding in het jongerenwerk? Daarnaast coördineert Xiomara een Thematische Lerend Netwerk rondom AI en datagedreven werken in het sociale domein. Jaarlijks worden vier themabijeenkomsten georganiseerd waarbij de deelnemende partijen concrete AI activiteiten met elkaar delen om elkaar te inspireren en van elkaar te leren. Wilt uw organisatie ook deelnemen? Neem contact op met Xiomara Vado Soto. 47 Team Youssef Azghari Youssef Azghari is senior onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap van het Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid en het lectoraat Veiligheid in Afhankelijkheidsrelaties van het Centre of Expertise Veiligheid en Veerkracht. Daarnaast is hij Social Work docent bij de Academie voor Welzijn, Educatie en Gezondheid bij Avans Hogeschool in Breda. Loopbaan Youssef studeerde Arabisch en Communicatiewetenschappen aan de Universiteit van Nijmegen. Tijdens en na zijn studie heeft hij zich verdiept in andere studies zoals sociologie, filosofie en culturele antropologie. Hij werkte onder meer als adviseur Multiculturele Samenleving voor de gemeente Tilburg, jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt en vluchtelingen. In 2018 promoveerde hij als cross-culturele psycholoog aan Tilburg University op zijn proefschrift ‘Participation of young Moroccan-Dutch and the role of social workers’. Expertise Met een solide publicatietrackrecord heeft hij zich gespecialiseerd in acculturatie, migratie, identiteitsvraagstukken, interculturele communicatie en culturele diversiteit. Youssef schreef acht (studie)boeken en meer dan 200 publicaties. Als een maatschappelijk betrokken sociaal wetenschapper deelt hij zijn bevindingen in vakbladen en de media. In Public Health deed hij eind 2024 met wetenschappers en professionals een pleidooi voor participatief actieonderzoek. Zijn innovaties, die hij presenteert in digizine Intercultureel Vakmanschap, helpen professionals en studenten zich beter voor te bereiden in de multiculturele praktijken. Onderzoek Azghari heeft bij beide lectoraten veel onderzoek verricht in het sociaal domein en onderwijs. Zo deed hij onderzoek naar niet-westerse gezinnen die met hulpvragen een beroep doen op hulpverleners, niet-westerse professionals die werken met westerse cliënten en ook (student)succes van niet-westerse studenten. In 2024 startte hij bij Saginaw Valley State University met zijn eenzaamheidsonderzoek onder studenten. 48 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap In samenwerking met Daniëlle Ritsema Daniëlle is als extern kenniskringlid betrokken bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Ze werkt als innovatieadviseur Sociaal Werk bij Surplus en is daar projectleider op het gebied van Digivaardigheid. Daniëlle werkt vanuit de methodiek Design Thinking en doet veel in co-creatie. In samenwerking met Avans Hogeschool doet ze veel actieonderzoek. Zo is Daniëlle betrokken bij het project over de methodische inzet van VR binnen het jongerenwerk van het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Marjolein Verbiest Marjolein werkte tussen april 2024 en april 2025 als senior onderzoeker bij het lectoraat Participatieve Innovatie in het Jeugdlandschap. Ze was betrokken bij de totstandkoming van enkele subsidieaanvragen en was projectleider van een onderzoek naar het in beeld krijgen van kinderen met een ouder in detentie in het jeugdlandschap, in samenwerking met Centre of Expertise Veerkracht & Veiligheid en gesubsidieerd door het pre-seed fund van Avans. Op basis van haar ervaring in wetenschappelijk (participatief) onderzoek dacht zij actief mee bij de totstandkoming van de koers van het lectoraat en zette zij internationalisering op de kaart vanuit haar rol in de werkgroep Global Engagement van Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid. Myrte Thoolen Myrte Thoolen is programmamanager bij het Gezondheid Innovatie Atelier, het maker atelier voor zorg-, sociale en technologische innovaties, een samenwerking tussen het Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid en de Academie voor Welzijn, Educatie en Gezondheid van Avans Hogeschool. De afgelopen jaren zag Myrte met eigen ogen dat een participatief, ontwerpgerichte manier van innoveren belangrijk is in de zorg. Het kan ervoor zorgen dat een oplossing beter aansluit bij de behoeften, wensen en mogelijkheden van de belanghebbenden en uiteindelijk bijdraagt aan een optimale adoptie ervan. Door de verbinding te zoeken met de zorg door middel van co-creatie en co-design is het mogelijk om passende oplossingen te creëren. Myrte leverde binnen het lectoraat een bijdrage aan de continuïteit van het lectoraat en thema’s als co-creatie, co-design, sociale technologie, actie-leren en participatief actieonderzoek. 49 Team Bronnenlijst Abidi, L. Koeveringe, J., van, Smolka, M., Lierop, B, van, Bosma, H. Alleva, J.M., Poole, N. L., Nagelhout, G. (2024). Perceptions, barriers and facilitating strategies of inclusive research: A qualitative study with expert interviews. Journal of Underrepresented and Minority Progress , 8 , pp. 237-263. Alliantie Verandering van Binnenuit (2024). Zelfbeschikking, veiligheid en gelijkheid: Hoe bevordert u dat ook in uw gemeente? Verkregen via: https:// www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2024-03/Brochure-Alliantie-Verandering- van-Binnenuit.pdf Ali, A. Z., Wright, B., Curran, J. A., & Newton, A. S. (2023). Review: Patient engagement in child, adolescent, and youth mental health care research – A scoping review. Child and Adolescent Mental Health , 28(4) , 524-535. https:// doi.org/10.1111/camh.12615 Alsem, S. C., van Dijk, A., Verhulp, E. E., Dekkers, T. J., & De Castro, B. O. (2023). Treating children's aggressive behavior problems using cognitive behavior therapy with virtual reality: A multicenter randomized controlled trial. Child Development , 94(6) , e344-e361. https://doi.org/10.1111/cdev.13966 Anderson, A. (2019). A qualitative systematic review of Youth Participatory Action Research implementation in U.S. high schools. American Journal of Community Psychology , 65 , 242-257. https://doi.org/10.1002/ajcp.12389 Anyon, Y., Bender, K., Kennedy, H., & Dechants, J. (2018). A systematic review of Youth Participatory Action Research (YPAR) in the United States: Methodologies, youth outcomes, and future directions. Health Education & Behavior , 45(6) , 865-878. https://doi.org/10.1177/1090198118769357 Azghari, Janssen & Nieuwboer (2020). Participatie onder druk: Mismatch tussen niet-westerse migranten en hulpverleners - acties tot betere allianties! Proces , 99 , 354-372. Azghari, Y., Van den Vijver, F. J. R., & Hooghiemstra, E. (2018) Social workers’ contribution to success in lives of young Moroccan-Dutch. European Journal of Social Work, 23(1), 156–172. https://doi.org/10.1080/13691457.2018.1469470 50 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Balas, E. A., & Boren, S. A. (2000). Managing clinical knowledge for health care improvement. Yearbook of Medical Informatics , 9(1) , 65–70. Bastiaanssen, I. (2019). Effectief werken in het veranderende jeugdveld. Naar een gezamenlijke visie . Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Bastiaanssen, I., & Bramsen, I. (2024). Weten wat werkt. In L. Boendermaker & C. Kuiper (eds), Effectief werken in de jeugdzorg (pp. 25-42). Amsterdam: Boom uitgevers. Bastiaanssen, I., Ismael, M, & Danen, S. (2019). Kennismatrix Jeugd: Een overzicht voor de hervormingsagenda . Intern rapport. Bierhoff, I., Buimer, H., Van der Leeuw, J., Van Megen, X., Naber, J. & Nap, H.H. (2023). Waardebepaling voor digitale zorg: Waardewaaier ondersteunend bij onafhankelijk waardebepalend onderzoek . Utrecht: Vilans. Bouwens, S. & Demircay, D. (2024). Wegwijs in de wirwar: Ervaringen en behoeften van jongeren rondom digitale regelzaken bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar. Breda: Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid/ Avans Hogeschool. Bradbury-Jones, C., Isham, L., & Taylor, J. (2018). The complexities and contradictions in participatory research with vulnerable children and young people: A qualitative systematic review. Social Science & Medicine , 215 , 80-91. https://doi.org/10.1016/j.socscimed.2018.08.038 Branquinho, C., Tomé, G., Grothausen, T., & Gaspar de Matos, M. (2020). Community-based Youth Participatory Action Research studies with a focus on youth health and well-being: A systematic review. Journal of Community Psychology , 48(5) , 1301-1315. https://doi.org/10.1002/jcop.22320 CBS (2023). Jaarrapport: Landelijke Jeugdzorg Monitor . Den Haag: CBSD. Verkregen via https://longreads.cbs.nl/jeugdmonitor-2023/trends-in- jeugdzorggebruik/#:~:text=3.1Jeugdzorggebruik%20sinds%202015,het%20 om%20jeugdhulp%20zonder%20verblijf. Centre of Expertise Perspectief in Gezondheid (2025). Ons verhaal . Verkregen via: https://www.perspectiefingezondheid.nl/over-ons/ons-verhaal/ 51 Bronnenlijst De Lange, M. I., & Van der Steege, M. (2024). Durven we de werkelijkheid onder ogen te zien? Verkregen via: https://www.kaponline.nl/magazine-artikelen/ durven-we-de-werkelijkheid-onder-ogen-te-zien/ De Lange, M, & Verheijden, E. (2016). Wat werkt bij integrale jeugdhulp? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Dedding, C., Jurrius, K., Moonen, X., & Rutjes, L. (2013). Kinderen en jongeren actief in wetenschappelijk onderzoek: Ethiek, methoden en resulttaen van onderzoek met en door jeugd. Houten: Lannoo Campus. Demirçay, D., Nieuwboer, C., & Thoolen, M. (z.d.). Niet over ons, maar met ons! Voorbeelden van participatieve werkwijzen vanuit de praktijk . Breda: Avans Hogeschool. De Koster, Y. (2017). ‘ Hou de Jeugdwet heel en investeer in innovatie’ (interview met Hans Spigt, voorzitter van Jeugdzorg Nederland). Verkregen via: https:// www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/wijkteams-hebben-kwaliteitsimpuls-nodig Dietvorst, E., Legerstee, J. S., Vreeker, A., Koval, S., Mens, M. M., Keijsers, L., & Hillegers, M. H. J. (2023). The Grow It! app—longitudinal changes in adolescent well-being during the COVID-19 pandemic: a proof-of-concept study. European Child & Adolescent Psychiatry , 32 (6), 1097-1107. https://doi.org/10.1007/ s00787-022-01982-z Distelbrink, M., Day, M, Badou, M, Cové, A., Achahchah, J. & Pels T. (2020). Moeders van de tweede generatie: hun waarden en behoeften aan steun. Kennisplatform Integratie & Samenleving. Doelman, E. (2023). Preventie werkt, toch zijn er harde bezuinigingen: hoog tijd voor een brede discussie . Verkregen via https://www.zorgwelzijn.nl/preventie- werkt-toch-zijn-er-harde-bezuinigingen-hoog-tijd-voor-een-brede-discussie/ Fleuren, M.A.H., Paulussen, T.G.W.M., Van Dommelen, p., Van Buuren, S. (2014). Towards a measurement instrument for determinants of innovations, International Journal for Quality in Health Care, 26 (5), 501-510. https://doi. org/10.1093/intqhc/mzu060 52 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Fountain, S., Hale, R., Spencer, N., Morgan, J., James, L., & Stewart, M. K. (2021). A 10-year systematic review of Photovoice projects with youth in the United States. Health Promotion Practice , 22(6) , 767-777. https://doi. org/10.1177/15248399211019978 Friele, R., Bruning, M.R., Bastiaanssen, I.L.W., De Boer, R. Bucx, A.J.E.H., De Groot, J.F., … & Hageraats, R. (2018). Eerste evaluatie jeugdwet . Den Haag: ZonMw. Hakojärvi, H.-R., Selänne, L., & Salanterä, S. (2019). Child involvement in oral health education interventions – A systematic review of randomised controlled studies. Community Dental Health , 36 , 287-293. https://doi.org/10.1922/CDH_ Hakojarvi07 Garage 2020 (2023). Samen toekomst ontwerpen voor een mentaal veerkrachtige jeugd: Innovatieagenda 2023-2033 . Amsterdam: Garage2020. Gibbs, L., Kornbluh, M., Marinkovic, K., Bell, S., & Ozer, E. J. (2020). Using technology to scale up youth-led participatory action research: A systematic review. Journal of Adolescent Health , 67(2S) , 14-23. https://doi.org/10.1016/j. jadohealth.2019.10.019 Gorissen, W. (2017). Samen lerend doen wat werkt: Een nieuwe kijk op evidence-based practice in zorg en welzijn voor jeugdigen en gezinnen. Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Jacquez, F., Vaughn, L.M., & Wagner, E. (2013). Youth as partners, participants or passive recipients: a review of children and adolescents in community-based participatory research (CBPR). American Journal of Community Psychology , 51(1-2) , p.176-89. https://doi.org/10.1007/s10464-012-9533-7 Jeugdautoriteit (2024). De stand van de jeugdzorg . Den Haag: Jeugdautoriteit. Ketel, K. (2023). Toen kwamen we erachter dat er thuis helemaal geen computer is. Sozio , 2 , pp. 41-43. King, P. T., Cormack, D., Edwards, R., Harris, R., & Paine, S. J. (2022). Co-design for indigenous and other children and young people from priority social groups: A systematic review. Population Health , 18 , 101077. https://doi.org/10.1016/j. ssmph.2022.101077 53 Bronnenlijst KPMG Health voor Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, directie Jeugd (2023). Innovatie in de Jeugdzorg. Verkregen via: https://open.overheid. nl/documenten/885ecefc-e481 -4f80-971d-224fbc566e27/file Kraak, A., & Stals, K. (2022). Opgroeien in Nederland: wie zijn daarbij betrokken? Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Leijten, P., Rienks, K., Groenman, A. P., Anand, M., Kömürcü Akik, B., David, O., Kızıltepe, R., Thongseiratch, T., & Catarina Canário, A. (2024). Online parenting support: Meta-analyses of non-inferiority and additional value to in-person support. Children and Youth Services Review, 159, 1–10. https://doi. org/10.1016/j.childyouth.2024.107497 Lichtwarck-Aschoff, A, & Otten, R. (2023). ‘IamYu’ toont hoe het écht met jongere gaat: App biedt meer grip op veranderproces. Kind en adolescent praktijk , 1 , pp. 39-42. Meijer-Hoogeveen, M., Van Zoonen, R., & Deurloo, J. (2023). Beeldbellen in een preventieve setting: Aanbevelingen van ouders en professionals in de jeugdgezondheidszorg. Tijdschrift voor Human Factors , 3 , pp. 9-12. Nagelhout, G. (2024, 18 september). Met betrokken wetenschap gezondheidsverschillen verkleinen . Centrum voor Ethiek en Gezondheid: 11e Els Borst lezing. Verkregen via: https://www.perspectiefingezondheid.nl/nieuws/ lector-gera-nagelhout-roept-op-tot-meer-onderzoek-met-mensen-in-els-borst- lezing-2024/ Nieuwboer, C., & Thoolen, M. (2023). Analyse ontwikkelvragen lectoraat Jeugd, Gezin & Samenleving . Breda: Avans Hogeschool. Nieuwboer, C. & Schalk, D. (2023). De VIA-Wijzer: Voor Iedereen Altijd? . Breda: Lectoraat Jeugd Gezin en Samenleving Avans Hogeschool. Nederlands Jeugdinstituut (2023). Cijfers over jeugd met een migratieachtergrond. Vekregen via https://www.nji.nl/cijfers/jeugd-met-een- migratieachtergrond Pels, T., Distelbrink, M., & Tan, S. (2009). Meetladder Diversiteit Interventies . Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. 54 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap PI Research (2023). Factsheet: Ouders over pmto online. Verkregen via https:// www.piresearch .nl/uit-onze-nieuwsbrief/ouders-tevreden-over-pmto-online Plaisier, I., Schyns, P., Kadrouch-Outmany, K., Schotel, A. L., & De Klerk, M. (2023). Gezien, gehoord en geholpen willen worden: Ervaringsverhalen over gemiste ondersteuning uit het sociaal domein . Den Haag: Sociaal Cultureel Planbureau. Raanaas, R., Bjøntegaard, H. & Shaw, L. (2020). A scoping review of participatory action research to promote mental health and resilience in youth and adolescents. Adolescent Research Review , 5 (2) , 137–152. https://doi:10.1007/ s40894-018-0097-0 Schenkels, A., Loukili, S. & Mutsaers, P. (2021). The plight of the parent-citizen? Examples of resisting (self-)responsibilisation and stigmatisation by Dutch Muslim parents and organisations during the COVID-19 crisis . In: Lupton & Willis (red.) The COVID-19 Crisis. Social Perspectives. London: Routledge School for Participation (2023). Richtlijnen voor kinderen, jongeren en onderzoekers die echt willen samenwerken in onderzoek. Verkregen via: https://www.schoolforparticipation.nl/leernetwerk-participatief- jeugdonderzoek/richtlijnen-en-artikelen/ Schrevel, S. (2024). Botsende paradigma’s in participatief onderzoek. In M. Slager & Z. Tavy (eds), Participatie in zorg en welzijn: Het creëren van een participatieve omgeving (pp. 44-57). Assen: Koninklijke Van Gorcum. Shamrova, D. P., & Cummings, C. E. (2017). Participatory action research (PAR) with children and youth: An integrative review of methodology and PAR outcomes for participants, organizations, and communities. Children and Youth Services Review , 81 , 400-412. https://doi.org/10.1016/j.childyouth.2017.08.022 Simons, E., Covers, M., & Van Heertum, D. (2024). Jongensslachtoffers op chat met Fier: Jongensslachtoffers van seksueel geweld en seksuele uitbuiting. Verkregen via https://www.fier.nl/nieuws/moeder-pleger-jongensslachtoffers/ Smith, K.A., Blease, C., Faurholt Jepsen, M., Firth, J., VanDaele, T., Moreno, C.,... & Cipriani, A. (2023). Digital mental health: Challenges and next steps. BMJ Mental Health , 26(1) . https://mentalhealth.bmj.com/content/26/1/e300670.info 55 Bronnenlijst Smits, M., Nacar, M, Ludden, G. & Van Goor, H. (2020). Stepwise design and evaluation of a values-oriented ambient intelligence healthcare monitoring platform. Value Health , 25(6) , 914-923. https://doi:10.1016/j.jval.2021.11.1372 Slager, M. & Tavy, Z. (2024). Participatie in zorg en welzijn: Het creëren van een participatieve omgeving (pp. 44-57). Assen: Koninklijke Van Gorcum. Triple P (z.d.). Online opvoedondersteuning tijdens de coronacrisis. Verkregen via: https://www.triplepnederland.nl/files/7915/8529/6534/Online_parenting_ support_during_COVID19_pandemic_DFL.pdf Tuenter, T. Van Hummel, N., Donker, A., Van Aalten, J. Bastiaanssen, I., Van den Berg, G., Udo, N., van Yperen, T. (2021). Effect van corona op jeugd, gezin en jeugdveld: Een literatuuroverzicht . Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut. Ten Haaft, G. (2012). Eindrapportage programma Systeeminterventies. Den Haag: ZonMw. Todres, L., Galvin, K. T., & Holloway, I. (2009). The humanization of healthcare: A value framework for qualitative research. International Journal of Qualitative Studies on Health and Well-Being , 4 (2), 68–77. https://doi. org/10.1080/17482620802646204 Valdez, E. S., Skobic, I., Valdez, L. O., Garcia, D., Korchmaros, J., Stevens, S., Sabo, S., & Carvajal, S. (2020). Youth Participatory Action Research for youth substance use prevention: A systematic review. Substance Use & Misuse, 55 (2), 314-328. https://doi.org/10.1080/10826084.2019.1668014 Van der Zande, N., Bah, K., Van den Berg, D., Verwer, D., Pieper, I., Ogaeri, A., … & Udo, N. (2021). Gelijkwaardig, eigen en wijs: Jongeren aan het woord over ervaringsdeskundigheid in de jeugdzorg . Amsterdam: Stichting Alexander, ExPex, Nederlands Jeugdinstituut. Van der Zouwen, T. (2022). Actieonderzoek doen. Een routewijzer voor studenten en professionals (2e Editie). Boom. Van Yperen, T., Hofstede, K., Hageraats, R., Van de Maat, A. (2023). Andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik: Voor een hoopvolle wereld om in op te groeien . Utrecht: Nederlands Jeugdinstituut 56 Samen doeltreffend innoveren in het jeugdlandschap Vilans (2025). Kennisbank Digitale Zorg: https://www.vilans.nl/kennisbank- digitale-zorg VWS (2022). Programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & Welzijn: Samen anders leren en werken . Verkregen via https://open.overheid.nl/ documenten/ronl-926544acabc8f87fa17fe4d4ab8f6f9910c0ffa6/pdf VWS (2023). Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 . Verkregen via https:// www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/06/20/hervormingsagenda- jeugd-2023-2028 Weeland, J., & Bastiaanssen, I. (2024). De Potentie van Online Jeugdhulp Blijft Onbenut: Een Oproep tot Duurzame Samenwerking met Alle Belanghebbenden!. Jeugd in Ontwikkeling , 1 (1). https://doi.org/10.54447/ JiO.19191 WHO Youth Council (2024). Youth declaration on creating healthy societies: Building well-being, resilience, and trust. Verkregen via: https://www.who.int/ publications/m/item/youth-declaration-on-creating-healthy-societies Wyatt, K. A., Bell, J., Cooper, J., Constable, L., Siero, W., Pozo Jeria, C., Darling, S., Smith, R. & Huges, K. (2024). Involvement of children and young people in the conduct of health research: A rapid umbrella review. Health Expectations, 3, 1-18. https://doi:10.1111/hex.14081 ZonMw (2015). En… werkt het? 10 jaar onderzoek naar zorg voor de jeugd . Den Haag: ZonMw. 57 Bronnenlijst perspectiefingezondheid.nl Vilans (2025). Kennisbank Digitale Zorg: https://www.vilans.nl/kennisbank- digitale-zorg VWS (2022). Programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg & Welzijn: Samen anders leren en werken . Verkregen via https://open.overheid.nl/ documenten/ronl-926544acabc8f87fa17fe4d4ab8f6f9910c0ffa6/pdf VWS (2023). Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 . Verkregen via https:// www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/06/20/hervormingsagenda- jeugd-2023-2028 Weeland, J., & Bastiaanssen, I. (2024). De Potentie van Online Jeugdhulp Blijft Onbenut: Een Oproep tot Duurzame Samenwerking met Alle Belanghebbenden!. Jeugd in Ontwikkeling , 1 (1). https://doi.org/10.54447/ JiO.19191 WHO Youth Council (2024). Youth declaration on creating healthy societies: Building well-being, resilience, and trust. Verkregen via: https://www.who.int/ publications/m/item/youth-declaration-on-creating-healthy-societies Wyatt, K. A., Bell, J., Cooper, J., Constable, L., Siero, W., Pozo Jeria, C., Darling, S., Smith, R. & Huges, K. (2024). Involvement of children and young people in the conduct of health research: A rapid umbrella review. Health Expectations, 3, 1-18. https://doi:10.1111/hex.14081 ZonMw (2015). En… werkt het? 10 jaar onderzoek naar zorg voor de jeugd . Den Haag: ZonMw. 57 Bronnenlijst
i-Flipbook aan het laden